Wat voor type train jij eigenlijk?

Als we iemand tegenkomen die rustig aan het fietsen is door het bos, een lange wandeltocht maakt langs onze kust of een ontspannen yogales doet dan vragen wij niet: “Wat voor type train jij eigenlijk?”. Of als we een wat meer ‘up tempo’ snelwandelclub zien, of iemand die stevig doorfietst, dan vragen wij ook niet: “Wat voor type train jij eigenlijk?”. Ook niet als we een hardloper tegenkomen of iemand die op de mountainbike langs ons heen scheert.

Als je zelf een keer een sprintje moet trekken om de trein te halen, of je laat verleiden tot een ‘wie eerst’ op de racefiets, dan vraag je jezelf ook niet af: “Wat voor type train ik eigenlijk?”. Daar denk je nooit over na. We denken vaak we bewegen gewoon, of we sporten. Is goed voor ons. Dat is natuurlijk zo, maar goed voor welk type?

Wandelen is goed voor spiervezeltype 1: langzaam moe en erg snel hersteld. Bij snelwandelen komt type 2a in beeld: sneller moe en minder snel hersteld. Een hardloper die het tempo er goed in heeft gebruikt type 2ab: snel moe en langzaam hersteld. Een (top) sprinter gebruikt type 2b: heel erg snel moe en dagenlang nodig voor herstel.

Als jij leeg gaat op de Leg Press in de fit20 studio en iemand zou jou vragen: “Wat voor type train jij eigenlijk?”, dan zou je zeggen (als je uitgehijgd bent en weer kan praten):”Ik train geen type. Ik train álle types! Keurig gerekruteerd van 1a tot en met 2b.” Ook daarom is fit20 een totaaltraining!